Interview met Copykat

Dag Copykat. Zin in een kort interview?
“(kijkt argwanend naar onze bandrecorder) Een interview? Normaal stel ík de vragen als copywriter.”

Nieuwe klanten willen je misschien wat beter leren kennen, vandaar.
“Ja, dat begrijp ik. Goed dan, ik ben Copykat en ik schrijf teksten voor bedrijven. Dat gaat nooit vervelen, want elke opdrachtgever is weer anders – van een zelfstandige bloemist tot een grote financiële speler. Ik voel me vooral thuis in de sectoren lifestyle en economie, een erfenis van mijn journalistieke jaren bij de krant Metro. Maar een goede copywriter trekt zich in elk domein uit de slag.”

Wat is dan het geheim van goede copywriting?
“Passie voor de pen is vereiste nummer één. Heb je de foto op mijn homepagina gezien? Die handgeschreven tekst waarop ik zit te zwoegen? Dat is een kortverhaal dat ik als 14-jarige heb geschreven. Pas onlangs heb ik het schriftje op zolder teruggevonden. Ik herinnerde me er niets meer van. Maar de liefde voor taal zat er toen al in.”

En vereiste nummer twee?
“Empathie. Kunnen schrijven, maar ook kunnen luisteren. Het is belangrijk om je helemaal in te leven in de diensten of producten van een bedrijf. Alleen zo kan je de juiste snaar raken bij het doelpubliek. Of dat nu om een reisreportage gaat voor een luchtvaartmagazine, of een foldertekstje voor een schroevendraaier. Lezers voelen haarfijn aan of de toon van een bedrijf goed zit.”

“Het gereedschap van een goede copywriter?

Empathie en passie voor de pen


Vanwaar komt eigenlijk de naam Copykat?
“Heel wat copywriters zijn gek op woordspelletjes in hun naam. De ene noemt zichzelf een huurwoordenaar, de andere een wordaholic. Ik koos voor Copykat: kort, krachtig en met een kwinkslag. Ik hecht juist veel belang aan een originele schrijfstijl, weet je. Niet te saai of te algemeen. Dat mijn zusje Wolfkat heet, is mooi meegenomen.”

Wolfkat maakt juwelen, een totaal andere branche.
“Ja, maar creativiteit is wel onze gemene deler. En we zijn allebei onze eigen baas, daar gaat niets boven. Hoewel, ‘baas’ … Uiteindelijk is de klant altijd koning. (knipoogt)”